Facebook kan gedachten lezen?

Facebook, bijna iedereen heeft het. Al je vrienden en familie hebben het. Elke dag zit je constant te checken op updates, want wat als je iets mist van je vrienden? Op Facebook heb je een profiel, je kunt een profiel- en omslagfoto plaatsen, zeggen waar je vandaan komt, zeggen wat je leuk vind, zeggen wat je doet en nog veel meer. Er is niet veel wat niet van je te weten valt zou je bijna denken. Op je telefoon en tablet download je de Facebook-app en staan in verbinding met je account. Zo kun je overal je Facebook checken. Je voegt toe wie of wat je toe wilt voegen en je kunt van alles van iedereen bekijken. Vaak weet Facebook wie je wel en niet kent, wat je wel en niet leuk vind. Hoe kan dat?

De vijf speerpunten van een crossmediaal concept zijn storytelling, mediumspecificiteit, usability, relevantie en cocreatie. In deze blog ga ik het hebben over het speerpunt relevantie. Relevantie houd kort in de mate waarin de dialoog de juiste boodschap bevat op het juiste moment en op het juiste middel/kanaal. In andere woorden: het dialoog/product moet zo gebracht worden dat het relevant voor je is. Als voorbeeld zal ik Facebook nemen, want vaak lijkt Facebook je gedachten te kunnen lezen.

Facebook is op een aantal manieren relevant. Ten eerste de informatie die je te zien krijgt. Zoals hierboven gezegd, voeg je toe wie of wat je toe wilt voegen. Op deze manier krijg je de informatie die je wilt krijgen, die je interesseert. Als je een bepaald bedrijf of organisatie leuk vind, krijg je zo nu en dan de informatie die ze gedeeld hebben. Je krijgt geen informatie als je er niet om gevraagd hebt.Ten tweede de zoekmachine van Facebook. Stel je kent iemand, omdat je vrienden hem ook kennen en omdat diegene in hetzelfde dorp woont. Je zoekt diegene op door zijn naam in de zoekbalk in te typen. Er zullen waarschijnlijk tientallen mensen met dezelfde naam zijn, maar toch komt degene die je zoekt bovenaan te staan. Hoe kan dit? Facebook kijkt naar gelijkenissen in jullie profielen. Als er gemeenschappelijke vrienden zijn en de woonplaats hetzelfde is, is de kans natuurlijk groot dat dat degene is die je zoekt. Facebook “weet”  dat dit het meest relevant is en laat dit daarom tonen.Ten derde “weet” Facebook mensen die je waarschijnlijk kent. Soms krijg je van Facebook de vraag of je die en die persoon kent en meestal is dit het geval. Hoe weet ie dit? Om dezelfde reden als net. Er wordt naar gelijkenissen gekeken.

Informatie waar je niet om vraagt, krijg je ook niet. Jij bepaald welke informatie je krijgt. Van pietje uit Urk zal je niks te zien krijgen, omdat dit niks met jou te maken heeft. Als profielen gelijkenis tonen, zal Facebook vragen of je die mensen misschien kent en meestal is dit wel het geval. De informatie is dus relevant voor jou. Het is alsof Facebook alles over je weet, maar in hoeverre speelt Privacy hier eigenlijk een rol?

De zak van Sinterklaas

Komt u deze reclame zich nog bekend voor van Bol.com? Net voor 5 december probeert een man nog snel aan cadeautjes te komen en komt aanrijden in een winkelcentrum in de auto. Hij weet de weg niet en doet erg moeilijk. Vervolgens loopt hij door een storm met hevige wind en regen in de hondenpoep. Als net de winkelluiken dichtvallen probeert hij nog aandacht te trekken door te kloppen, maar zonder succes. Hij kijkt nog even om zich heen om naar winkels te zoeken die nog open zijn. Inmiddels is het al donker. Hij geeft het op, loopt terug naar zijn auto die verkeerd geparkeerd staat en ziet een bonnetje onder zijn ruitenwisser zitten. De agenten staan een stukje verderop en lachen naar hem als hij met zijn bonnetje zwaaiend aan komt lopen. Als zijn dag nog niet erger lijkt te kunnen, loopt hij met zijn kruis tegen een paaltje aan. Onder elke situatie speelt een toepasselijk en bekend sinterklaasnummer, wat het verhaal zeer humoristisch maakt. U kent deze reclame ongetwijfeld nog wel, terwijl het toch al bijna weer een jaar geleden is en er ondertussen talloze andere reclames op tv zijn gekomen. Hoe komt het dan dat u deze reclame zich nog steeds herinnert en er waarschijnlijk met een grijns aan terug denkt?

De afgelopen jaren als het weer Sinterklaas werd, kwam deze reclame terug en vonden we het leuk dat die weer terug was, want we kenden het allemaal nog. Er zijn zat reclames die we allang weer vergeten zijn en waarschijnlijk niet eens meer herkennen. waarom blijven we deze Bol.com reclame herkennen?

Het verhaal achter deze reclame is dat cadeautjes in de winkel kopen vlak voor  5 december lastig, vervelend en vaak zonder resultaat is. Zeker op het laatste moment. Dit wordt verbeeld door een persoon die op het laatste moment, met alles wat hem ook maar tegen kan zitten hem tegen zit, cadeautjes uit winkels probeert te krijgen, maar zonder resultaat. Mensen krijgen hier een verbeeldend gevoel en wellicht ook een herkennend gevoel bij. Aan het einde wordt verteld dat ook de Sint alle cadeaus bij Bol.com koopt en ze snel en zonder smart in huis heeft. Hiermee wil Bol.com mensen het gevoel geven dat ze het beste bij hun cadeautjes kunnen kopen, omdat het snel en gemakkelijk gaat. De toepasselijke Sinterklaasliedjes spelen een belangrijke rol, omdat dit de reclame zeer humoristisch maakt. Hierdoor denken mensen snel terug aan deze reclame – op Youtube is het het filmpje overigens ruim vierhonderdduizend keer bekeken – en dus ook aan Bol.com.
Het antwoord op de vraag is dus dat mensen herkenning zien, zich een beeld vormen van het ongemak van op het laatste moment cadeaus in de winkel kopen en de humor. Veel mensen zoeken de reclame nog eens op: “haha k keek hem net op TV toen had ik in eens zin om hem nog een keer te zien” (quote van beste reactie op Youtube). Een andere topreactie was: “Ieder jaar dezelfde slappe lach :3”.

Het verhaal in de Sinterklaasreclame van Bol.com laat mensen dus herkennen, verbeelden en lachen. Want veel mensen herkennen het probleem dat wordt laten zien in de reclame. Als het dan ook nog eens humoristisch is, zullen mensen het niet snel vergeten. Maar waarom kiezen sommige bedrijven dan voor saaie en irritante reclames?

Bronnen:
http://www.youtube.com/watch?v=5JpiL794XPQ

Trends, hypes & rages

Iedereen heeft tegenwoordig wel een smartphone. Kijk maar eens om je heen in de trein bijvoorbeeld. Met je vrienden zit je allemaal in een groeps chat en kun je continue met elkaar praten en via Facebook en Twitter mis je niks van je vrienden. Het zeer handig om er een te hebben. Even snel een notitie maken is geen probleem meer, iets opzoeken op internet onderweg is ook zo gebeurd. verveel je je in de trein? Dan doe je je oortjes in en zet je je muziek op. Of dan speel je toch gewoon een spelletje dat je gedownload hebt? Dan kun je nog tegen je vrienden spelen ook! En mocht je iets leuks tegenkomen, dan maak je gewoon even snel een foto of video van mooie kwaliteit met je telefoon. Kortom, je kunt er bijna alles mee doen. Ook ik vind het een zeer handig apparaatje en kan bijna geen dag zonder, net zoals de andere miljard mensen die er een hebben. Het is een trend geworden, maar waarom is de smartphone een trend te noemen?

Vroeger bestonden apparaten als smartphones alleen in films en series en was het iets futuristisch en ondenkbaars, net zoals raketten die naar de maan konden vliegen. Het leek mensen geweldig om zoiets te hebben. Maar toch is het gelukt om deze technieken de realiteit in te brengen. De techniek is enorm snel gegroeid en mobiele telefoons werden steeds geavanceerder. Het was voorspeld, dat als een dergelijk apparaat als in die films en series op de markt zou verschijnen, iedereen het wel zou willen hebben. Deze voorspelling is uitgekomen en tot op het heden is de mens nog steeds onafscheidbaar van zijn of haar smartphone. In de toekomst zal nog steeds iedereen een dergelijk apparaat als een smartphone hebben, omdat door de ontwikkelingen in de techniek de mogelijkheden steeds verder groeien. De vraag naar de smartphone is dus voorspeld in het verleden, speelt in het heden en zal doorgaan in de toekomst. Deze kenmerken horen bij een trend en daarom is de smartphone dus een trend te noemen.

Dat de smartphone door iedereen geliefd zou worden is voorspeld in het verleden en is tot op het heden inderdaad door velen nog steeds in gebruik. In de toekomst zal de mens het blijven gebruiken, doordat het apparaat steeds geavanceerder wordt. Deze kenmerken maken de smartphone een trend, maar zal er ooit iets komen wat de smartphone gaat vervangen? En zo ja, wanneer zal dat zijn?

Marketing communicatie

Marketing is een breed begrip en bestaat uit deelverzamelingen. Een van die deelverzamelingen is marketing communicatie. Marketing communicatie is de communicatie met de klanten/doelgroepen om de kennis, houding en gedrag te beïnvloeden ten gunste van de marketingstrategie.  Een bedrijf wilt graag weten waar de klant/doelgroep naar verlangt en door ermee te communiceren kan het bedrijf inspelen op die verlangens. Een bedrijf kan dus beter in de behoeftes van de klant voorzien door ermee te communiceren. Marketing communicatie bestaat nog maar een aantal jaar, terwijl marketing zelf al veel langer bestaat. Waarom is er dan sinds kort pas sprake van marketing communicatie?

Dat marketing communicatie nog zo jong is heeft alles te maken met de social media. Marketing communicatie is gelijktijdig ontstaan met de social media, omdat de communicatie gebeurt via social media. Marketing zelf is al eeuwen aan de gang, maar de communicatie tussen de klant/doelgroepen heeft nooit echt plaatsgevonden. Door social media is de klant zichzelf weer gaan geven op het internet, waardoor de verkoper overzicht krijgt over de behoeftes van mensen. Ook kan de klant nu tegen het bedrijf terugpraten via bijvoorbeeld Twitter, waardoor bedrijven feedback en ideeën krijgen. Dit kan weer gebruikt worden om producten te verbeteren of zelfs nieuwe producten op markt te brengen.
Een goed voorbeeld van marketingcommunicatie is de ‘maak de smaak’ actie van het bekende chips merk Lays. Via allerlei mediaplatformen hebben ze laten weten dat wij zelf een nieuwe chips maak konden bedenken. En om dit aantrekkelijker te maken kreeg de winnaar een geldbedrag. We konden stemmen op de genomineerde smaken en zo zijn er een nieuwe smaken op de markt gekomen, zoals patatje joppie. Wegens succes is deze actie een aantal keer herhaald. Op deze manier heeft het bedrijf Lays de klant zelf het product laten bedenken, waardoor er zeer goed is ingespeeld op de behoeftes van de klant.
Deze vorm van communicatie heeft zich vóór de opkomst van de social media niet voor kunnen doen, omdat platformen als internet nog niet genoeg populatie hadden. Sinds iedereen bekend is met internet en het dagelijks gebruikt hebben bedrijven er van kunnen profiteren.

Door de social media krijgen klanten/doelgroepen dus de kans om te communiceren met de bedrijven waarvan ze producten hebben gekocht. De feedback en opmerkingen geven bedrijven de kans beter te voorzien in de behoeftes van de klant. Marketing communicatie is pas ontstaan tijdens de opkomst van de social media en is daarom nog zo jong. Maar hoe zou communicatie tussen bedrijven en klanten/doelgroep nog persoonlijker kunnen worden, zodat producten nog meer aan onze behoeftes voldoen?

Bronnen:

https://cursussen.sharepoint.hu.nl/FCJ/97/CMD/propedeuse/JDE-CROSSM.1V-09/2013%20artikel%20en%20documenten/Reader%203.1%20Crossmedia%20Theorie.pdf

Contentrelaties en bijbehorende crossmediale conceptvormen

Via verschillende kanalen-denk aan bijvoorbeeld tv en radio-komen we dezelfde content tegen van bijvoorbeeld een tv-programma. Er bestaan relaties tussen de verschillende mediakanalen. Deze relaties zijn de volgende: iconisch, indexicaal en symbolisch. Een iconische relatie houdt in dat de content over de verschillende mediakanalen veel gelijkenis toont. Een indexicale relatie houdt in dat verschillende mediakanalen naar elkaar verwijzen, maar wel dezelfde content bieden en anders geboden worden. Als laatst de symbolische relatie, dit houdt in dat mediakanalen niet alleen naar elkaar verwijzen, maar ook een grotere waarde geven aan de inhoud. Wanneer worden welke contentrelaties gebruikt en bij welke crossmediale conceptvorm horen ze?

 

Om de vraag ‘wanneer worden welke contentrelaties gebruikt en bij welke crossmediale conceptvorm horen ze?’ te beantwoorden zal ik context geven en voorbeelden noemen bij de drie verschillende contentrelaties.

 

Als eerste de iconische relatie. Zoals hierboven al genoemd toont de content over de verschillende kanalen veel gelijkenis. Overal wordt hetzelfde verhaal verteld, maar net op een iets andere manier. Deze relatie tussen kanalen zie je veel terug in de multimedia. Een goed voorbeeld hierbij is een nieuwe auto. Er worden verschillende kanalen gebruikt om dezelfde auto bekend te maken, de content is dus hetzelfde. Op de televisie zie je de auto, op de radio hoor je dezelfde informatie en via internet krijg je reclames te zien met dezelfde informatie. De iconische relatie wordt dus meestal gebruikt bij de promotie van een product en hoort bij multimedia.

Als tweede de indexicale relatie. Dit betekende dat verschillende mediakanalen naar elkaar verwijzen, maar wel dezelfde content hebben en op een andere manier worden aangeboden. Een voorbeeld hierbij is bijvoorbeeld een kookprogramma. Tijdens een kookprogramma wordt vaak door de kok of tekst verwezen naar hun website om het recept te zien, gerei te bekijken of andere gerelateerde dingen te bekijken. Via de televisie wordt dus naar het internet verwezen en ongeveer dezelfde content geboden: er is gelijkenis tussen de kanalen. De reden dat dit gebruikt wordt is om producten nog eens onder de aandacht te brengen en zo meer inkomsten te genereren. Deze relatie wordt dus gebruikt om ongemerkt reclame te maken en past het best bij crossmedia.

Als derde hebben we de symbolische relatie. Deze hield in dat kanalen naar elkaar verwijzen en grotere waarden aan de inhoud geven. Een voorbeeld hierbij is reclame van Telfort. In deze reclames is steeds dezelfde man in de hoofdrol met een pakkende zin zoals: “van 140 miljoen op de bank, naar 1 euro in de bank”. Iedereen linkt deze man aan Telfort en is hierdoor een symbool geworden voor dat bedrijf. Hij geeft Telfort extra waarde. Deze relatie past het beste bij transmedia.

 

Nog even kort samengevat. De iconische relatie wordt dus gebruikt bij onder andere de verkoop van een product en hoort bij de multimedia. De indexicale relatie wordt gebruikt bij ongemerkt reclame maken en hoort bij de crossmedia. De symbolische relatie wordt gebruikt bij het extra waarde geven aan iets.

Er zijn dus verschillende relaties toe te passen, maar de vraag is: welke relatie is het meest toepasselijk voor jou?

Met welk conceptvorm hebben we het meest te maken?

De laatste tijd kunnen we niet meer ontkomen aan de media. Iedereen heeft er mee te maken en het komt overal vandaan. Op je werk, in je school, buiten om je heen, bij jou thuis en waarschijnlijk loop je er het grootste deel van de dag mee rond: je mobieltje! De drie heersende conceptvormen vandaag de dag zijn multimediaal, crossmediaal en transmediaal. Multimediaal houdt in dat hetzelfde verhaal via allerlei platforms wordt verspreid, crossmediaal dat verschillende mediakanalen zich versmelten en transmediaal dat een verhaal zich ontvouwt via verschillende media waarbij ieder aspect iets toevoegt aan het verhaal. Iedereen heeft wel eens te maken met deze conceptvormen, maar met welk conceptvorm nou het meest?

Om antwoord te kunnen geven op de vraag: met welke conceptvorm hebben we het meeste te maken?, zal ik een voorbeeld geven bij de drie soorten vormen. Hierdoor is er een beeld te vormen van wat nou het meest voorkomt.

Als eerste het multimediale conceptvorm. Deze wordt vaak gebruikt door de markt, denk aan reclames via allerlei soorten platformen zoals print, tv en radio. Een goed voorbeeld hierbij is de Albert Heijn. Deze gebruikt tv-reclames, radiospotjes, folders, posters en een App om dezelfde informatie te verspreiden. Dit is een conceptvorm waar we iedere dag mee te maken hebben, omdat we elke dag wel reclames tegenkomen. Er is (bijna) niet onderuit te komen.
Het Crossmediale conceptvorm zien we vaak terug in talentenjachtshows zoals The X-factor. Met dit programma kunnen mensen zelf betrokken raken door mee te stemmen met de App en evenementen te bezoeken. Ook maakt dit programma radio en tv-reclame om mensen op de hoogte van het programma te brengen. Dit is een conceptvorm waar we niet iedere dag mee te maken hebben, omdat deze reclames gering zijn en de programma’s seizoens gebonden zijn.
Ten slotte het transmediale conceptvorm. Deze zien we terug in bijvoorbeeld het verhaal van HALO. In eerst instantie zijn er boeken uitgebracht en later zijn er spellen op de markt gekomen met toevoegingen aan het verhaal. Speciale edities van de spellen bieden zelfs boekjes met extra informatie over het verhaal. De verschillende soorten media voegen allen iets toe om het verhaal compleet te maken. Ook met deze conceptvorm hebben we niet dagelijks te maken, bijvoorbeeld omdat niet iedereen geïnteresseerd is in spellen.

Uit de hierboven beschreven voorbeelden is te concluderen dat we het meest met de conceptvorm multimediaal te maken hebben. Simpelweg omdat de reclames via allerlei soorten media dagelijks in meervoud aankomen bij mensen. Maar hoelang zal het duren voordat een ander conceptvorm de overhand neemt?

Bronnen:

http://en.wikipedia.org/wiki/Halo_(series)

http://nl.wikipedia.org/wiki/X_Factor_(Nederland)#Deelnemers