Commercials; het koopgedrag van de consument

Voor deze opdracht ga ik onderzoek doen naar commercials. Hierbij heb ik een passende hoofdvraag gesteld die bij mijzelf veel nieuwsgierigheid opwekt, namelijk; Hoe sturen commercials aan op het koopgedrag van consumenten?
Ik heb voor deze hoofdvraag gekozen omdat neuromarketing mij altijd heeft aangesproken, en dit veel wordt toegepast in commercials. Het brein van de consument is complex. Echter kunnen commercials het brein van de consument zo beinvloeden dat het meer wil, en meer wil kopen. Vele onderzoeken gingen hieraan vooraf, en met dit onderzoek wil ik me gaan richten op het koopgedrag van de consument naar aanleiding van het zien van een commercial. 

Relevantie
Dit onderwerp is relevant omdat het handig is om te weten hoe commercials werken, op welke manier de commercial het beste overkomt en hoe je het beste kunt inspelen op het brein van de consument om het product beter te laten verkopen.

Deelvragen
Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden is het nodig om relevante deelvragen op te stellen en deze in het onderzoek te beantwoorden om zo tot een passend antwoord te komen op de deelvraag. Zo ga ik een aantal dingen onderzoeken.

  1. Hoe speel je in op de consument en zijn brein om een product te kopen?
    Deze vraag heb ik gekozen om de werking van het brein in combinatie met commercials te kunnen vaststellen. Op deze manier kun je deels al beantwoorden hoe commercials aansturen op het koopgedrag van consumenten
  2. Hoe komt het dat reclame soms werkt en soms niet?
    Dat reclame werkt is over het algemeen duidelijk, maar soms werkt het ook niet, bijvoorbeeld wanneer de consument een negatief gevoel krijgt bij een commercial. Het is dus belangrijk om dit uit te zoeken wanneer een commercial wordt gemaakt, anders stuurt het niet aan bij het koopgedrag van de consument
  3. Welke invloed heeft radio reclame in combinatie met commercials? En welke kracht zit er in herhaling?
    Wanneer je een radiocommercial hoort met bijvoorbeeld een soundlogo is dit gelijk herkenbaar voor de consument, er treedt dus herhaling op. Het is relevant om te onderzoeken welke werking dit heeft en of het invloed heeft op het koopgedrag van de consument
  4. Hoe komt het dat reclames tussen programma’s door beter werken dan de onderbrekende reclames?
    Deze vraag is ook relevant omdat dit veel zegt over de werking van het brein van de consument en op deze manier kan de consument ook beïnvloed worden.

 

Relevante bronnen
1. Folia magazine
Wat koopt ons brein? Door Brechtje Keulen
http://www.neurensics.com/wp-content/uploads/2012/06/120615_FoliaMagazine-34.pdf

2. Neurensics persbericht
29-10-13
Reclame tussen programma’s effectiever dan programmaonderbrekende reclame
http://www.neurensics.com/wp-content/uploads/2013/10/131029_Persbericht-Ster-Neurensics.pdf

3. Neurensics persbericht
5-12-12
Chanel doet goede zaken met Brad Pitt
http://www.neurensics.com/wp-content/uploads/2013/10/131029_Persbericht-Ster-Neurensics.pdf

4. Website
Laatst geraadpleegd op 27-11-2013
http://www.neurensics.com/casus/soms-werkt-reclame-wel-en-soms-werkt-het-niet-wij-weten-waarom/

5 Artikel
http://www.neurensics.com/wp-content/uploads/2013/02/121101_Onderzoek-Radio-Het-brein-spreekt.pdf

 

 

Groep 6: co-creatie; pick my brain

Groepsblog door: Emmely Been, Esmee Pluijgers, Helen Bouman

Koning Willem-Alexander sprak in zijn eerste troonrede over het belang van een samenleving waarin wordt geparticipeerd waarbij heeft iedere burger een actieve rol in de maatschappij. Naast deze ontwikkelingen zie je in de economie ook meer samenwerkingsvormen verschijnen waarin de consument meedenkt; co-creatie. Maar hoe werkt co-creatie precies?

De 5 speerpunten
Mensen betrekken en mee laten doen aan je concept is lastig. Om de kans op succes te verhogen kun je rekening houden met de 5 speerpunten van crossmedia. Namelijk:
– Story Telling
– Mediumspecificiteit
– Usability
– Relevantie
– Co-creatie. Dit laatste gaan we in deze blog behandelen.

Co-creatie
Co-creatie is een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van bijvoorbeeld een product. De kenmerken dialoog, enthousiasme en daadkracht staan centraal. Ook is het belangrijk dat er ‘common ground’ heerst tussen de twee partijen. Om co-creatie te laten slagen is het nodig om de deelnemers gelijk te behandelen en om open te zijn. Co-creatie kan worden ingezet voor verschillende doelen; productontwikkeling, het aanpassen van een product of finishing touches van een product. 4 bouwstenen voor co-creatie zijn: dialoog, toegankelijkheid, risicoanalyse en transparantie. Co-creatie heeft verschillende vormen, namelijk;

  • Developer: De consument selecteert aangedragen ideeën; wat zou hij of zij het liefst zien.
  • Mass customiser: De consument moet zich vasthouden aan de standaard van bijvoorbeeld een stijl, maar mag deze persoonlijk maken.
  • Idea collector: Door middel van bijvoorbeeld een ideeën wedstrijd speelt de consument de rol van inspirator.
  • Integrator: Bij deze vorm is de consument bij meerdere fases van het proces betrokken en heeft dus een grote betrokkenheid.
  • Facilitator: De consument krijgt de kans om een eigen product te ontwikkelen en wordt zo medeschepper van het product.

Maar waarom is co-creatie ook een speerpunt van crossmedia? De 5 speerpunten zijn bedoelt om de consument mee te laten denken en mee te laten doen in het proces. Juist co-creatie is hier een goed voorbeeld van. Door de consument mee te laten denken voelt deze zich speciaal en heeft hij het idee dat hij iets verricht heeft, terwijl de organisatie juist profiteert van de nieuwe insteek die deze consument met zich heeft meegebracht.

KPN Springmeemet4G.nl
Hier hebben we te maken met consumenten die voor developer spelen. Naar aanleiding van de commercial van KPN waarin een parachutist het 4G-netwerk gebruikte, was de vraag of dit eigenlijk wel kon. KPN nodigde daarom vijftien bloggers uit om dit uit te proberen: werkt 4G ook tijdens een parachutesprong?

De bloggers spelen dus geen grote rol in een proces, maar mogen wel meedoen, wat ze duidelijk heel leuk vinden. De vraag waar iedereen antwoord op wil mogen zij juist gaan beantwoorden.

Co-creatie is dus een vorm van samenwerken waarbij de consument meedenkt. In de praktijk blijkt dit erg goed te werken. Op verschillende platformen wordt dit speerpunt gebruikt om meer aandacht te trekken. De consumenten lijken het leuk te vinden om te mogen deelnemen, maar worden de ze niet gewoon gebruikt?

Bronnen
Bron 1: http://www.frankwatching.com/archive/2013/09/24/co-creatie-vijf-succesverhalen-van-retailers/#more-259225

Bron 2: http://nl.wikipedia.org/wiki/Co-creatie

Go forth, Levi’s storytelling

Verhalen vertellen is zo oud als de mensheid. De kracht van een goed verhaal zit ‘m in het feit dat het verhaal goed te onthouden is en makkelijk door te vertellen is. De gebruiker krijgt op deze manier een bepaald gevoel bij het merk. Het gebruik van storytelling in crossmediale concepten is daarom erg populair geworden. Maar wat is nu een goed voorbeeld van storytelling in een reclame?

De eerste reclame die bij me op kwam was de ‘Go Forth’ reclame van Levi Strauss in 2011.In deze reclame wordt duidelijk gebruik gemaakt van storytelling en wordt er ingespeeld op het gevoel van de gebruiker.

Image

Het verhaal wordt verteld door middel van een gedicht “The Laughing Heart”, door Charles Bukowski en wordt versterkt door middel van de beelden.

Het verhaal gaat over jou, jouw leven. En wanneer je het idee hebt dat je gaat versuffen, er is altijd een weg uit het donker, in het licht. Het gaat over de kansen die je in je leven krijgt, en dat je die moet nemen. Je bent uniek, en de goden wachten speciaal op jou.
Het gevoel dat je als gebruiker hierbij krijgt is vrijgevochtenheid, een onderwerp dat erg populair is. Jij bent speciaal, en dit speciale gevoel associeer je dan met het gevoel dat je krijgt wanneer je Levi’s draagt.
De karakters die in het verhaal voorkomen vertolken allemaal ‘jou’, elk op een andere manier. Er zijn veel verschillende karakters zodat ieder persoon zich wel zou kunnen identificeren in een van de karakters die je in de clip voorbij ziet komen. Maar allemaal willen ze hetzelfde. Namelijk; vrij zijn. En het leven leven dat ze hebben gekregen en het beste ervan maken.
De kleding die in de clip wordt gedragen heeft onbewust een effect. Het zijn natuurlijk kledingstukken van Levi’s maar dit is niet waar ze in de clip de meeste aandacht naartoe willen trekken. De rol van de kledingstukken heeft dus meer te maken met het gevoel dat het overbrengt dan het verkopen van de kleding.

Storytelling brengt dus onbewust veel teweeg. De gebruiker krijgt op deze manier een beeld van het merk door middel van een verhaal dat ze makkelijk begrijpen en door kunnen vertellen. Ze kunnen zich identificeren. Maar is storytelling wel zo doelgericht?

Bron: http://theinspirationroom.com/daily/2011/levis-go-forth-with-legacy/

Twitter: trend of hype?

Twitter: trend of hype?

twitter-bird-white-on-blue

Twitter kwam online in maart 2006. Iets compleet nieuws. Pas na een jaar werd twitteren opgepakt en was het ineens hot: twittering. Het is een vorm van mini bloggen. Maar is twitter nu een hype of een trend?

Om dat te kunnen beoordelen, moet ik eerst het onderscheid verduidelijken. Een trend is een verschijnsel dat een lange levensduur heeft, maar langzaam op gang komt. Een hype komt ineens op, iedereen doet er aan mee en voor je het weet, is het alweer uit het straatbeeld verdwenen.

Nu, bijna 6 jaar later, is twitter nog steeds een hit. Echter daalde het aantal tweets voor het eerst in 2009. En dat is nu nog steeds het geval. Ik heb van 2010 tot 2012 intensief getwittert. Het was leuk om dingen met de buitenwereld te delen maar niet zozeer van waarde waren. Dingen die ik echt graag wilde delen deed ik via facebook, maar wanneer ik het minder interessant vond deed ik het via twitter. Een logische keuze voor mij. Na 2 jaar intensief twitteren werd het steeds minder. Ik dacht er niet meer aan, en voor mij werd facebook een interessantere plek om te delen, omdat ik op deze manier meer reacties kreeg op mijn updates. Voor mij was twitteren dus een langdurige hype. Toch kun je zeggen dat twitter een trend geworden is. Na 6 jaar zijn er nog steeds 554,750,000 accounts en worden er gemiddeld 58 miljoen tweets per dag verzonden.

Maar zal twitter blijven bestaan? Dat kun je nu niet zeggen. Ik denk dat wanneer er weer een nieuwe vorm van social media ontstaat deze vanzelf de plek zou kunnen innemen van twitter. Of misschien toch de plek van facebook?

Bron 1: http://www.hvds.nl/cgi-bin/artikel.cgi?ID=1800

Bron 2: http://www.statisticbrain.com/twitter-statistics/

De kracht van social media door Helen Bouman

De kracht van Social Media

 

De afgelopen jaren heeft er een verschuiving plaatsgevonden op het gebied van marketing-communicatie. Dit komt mede door de komst van web 2.0 en social media. De gebruiker is steeds meer centraal komen te staan en heeft hiermee een veel actievere rol in de concepten en ideeën van het merk of organisatie gekregen. Maar welke rol speelt social media nu precies in marketing-communicatie?

De opkomst van Social Media heeft een enorme impact op hoe mensen, merken en markten met elkaar communiceren. Waarom mag social media niet in de communicatiemix ontbreken? Erik Qualman geeft hiervoor een goede verklaring:

Om daadwerkelijk in contact te komen met uw online doelgroepen is een goede zichtbaarheid en vindbaarheid van de organisatie essentieel. De aanwezigheid in social media kanalen speelt daarbij een belangrijke rol. Publicaties in social media brengen de boodschap van een organisatie niet alleen onder de aandacht van de gebruikers van de verschillende communities maar zorgen ook voor een betere score in zoekmachines zoals Google

Social media is een kanaal dat er met name voor kan zorgen dat de doelgroep zich gaat binden met het merk. Door onderzoek te doen naar de doelgroep kun je gemakkelijk inspelen op hun interesses en kan het merk inspringen op deze onderwerpen of zelfs een discussie starten. Een ander voordeel van social media vind ik is dat het merk veel aandacht kan krijgen door snelle online promotie. Kijk maar naar de ‘Share and Win’ acties op facebook. De gebruiker kan iets winnen en zal het daarom delen, maar wat de gebruiker vaak niet door heeft is dat deze dan goede reclame maakt voor het merk. Ook wanneer een merk een backstage blog bijhoudt kan dit voor de doelgroep interessant zijn omdat de merkbeleving zo van verschillende perspectieven kan worden belicht en de gebruiker zo nog meer te weten komt over het merk. 

Maar wat ik ik nog het belangrijkst vind aan het gebruik van social media is dat het merk precies kan zien wat de doelgroep doet en wil. Het beste is dat een merk dan webcare inzet. Dit betekent dat het merk de hele dag monitort wat de doelgroep schrijft en waar ze het over hebben. Toen ik een tijd geleden nog intensief twitterde had ik commentaar over de bouwput van Arnhem Centraal. Binnen enkele minuten kreeg ik een tweet terug van @Arnhemcentraal die het jammer vond om te horen dat ik niet tevreden was met de situatie, maar vroeg wel wat ik van de nieuw tunnel vond! Aan de ene kant vind ik het eng dat ze precies bijhouden wat ik schrijf, maar aan de andere kant: het werkt wel! Ik ben gelijk gaan kijken wat ik van de tunnel vond. 

Deze zogeheten webcare kan een belangrijk onderdeel uitmaken van de social media stratgie van een organisatie. Door een sterke social media strategie op te zetten, actief te reageren op behoeftes vanuit de doelgroep en de doelgroep ruimte te geven om hun reactie te geven kan de organisatie zich goed profileren onder de doelgroep. Maar is deze webcare voor altijd nodig of zal deze vroeg of laat kunnen verdwijnen?

 

Bron 1:

Social media en hun rol in marketingcommunicatie

 

Content relaties in samenwerking met conceptvormen

Het begrip content relaties gaat over hoe de inhoud van verschillende media zich tot elkaar verhoudt. Deze worden bijvoorbeeld toegepast in de crossmediale conceptvormen als multimediaal, crossmediaal en transmediaal. Maar welke conten trelatie hoort bij welke crossmediale conceptvorm?

De eerste content relatie is de iconische relatie. Er is sprake van deze relatie wanneer content over verschillende kanalen een grote gelijkenis vertoont. Dit is bij de multimediale conceptvorm ook het geval. De content is grotendeels hetzelfde en wordt verspreid over verschillende media, maar de boodschap is per platform te begrijpen, daar heb je de andere platforms niet voor nodig. Daarom past de iconische relatie het beste bij een multimediale conceptvorm. Een voorbeeld hiervan is het merk Libelle. Van oorsprong is dit een tijdschrift voor dames maar het merk heeft zich verspreid over meerdere platformen. Zo heeft het bijvoorbeeld een website waar er interactief deelgenomen kan worden aan verschillende dingen en is er elk jaar een lifestyle event dat door het merk Libelle wordt georganiseerd. De naam Libelle en haar huisstijl binden de media-uitingen aan elkaar zonder dat er een duidelijk een relatie aanwezig is. 

De tweede content relatie is de indexicale relatie. Deze relatie is verwijzend van aard. Het geïntegreerde (of het crossmediale) concept is een concept waarbij de ingezette media gedeeltelijk of volledig met elkaar versmolten zijn. De media hebben een indexicale relatie met elkaar. Er wordt van het ene medium naar het andere verwezen om tekortkomingen van het ene medium aan te vullen met kwaliteiten van het andere. Een goed voorbeeld is het televisieprogramma ‘’The Voice of Holland’’, waarbij meerdere media ingeschakeld worden, namelijk televisie, mobiele telefoons en het internet. De interactie met de televisie en mobiele telefoon is de sms. Je kan namelijk via de sms stemmen.

De laatste content relatie is de symbolische relatie. Het gaat er hierbij van uit dat de verschillende media-uitingen niet alleen naar elkaar verwijzen, maar ook appelleren aan een waarde die boven de individuele uitingen uitstijgt  (http://nl.wikipedia.org/wiki/Crossmedia)

Deze relatie past het best bij een transmediaal concept. Dit  concept is vaak herkenbaar aan één merk dat via verschillende platformen wordt verspreid met een bepaalde boodschap. Door middel van het mediagebruik kun je verschillende doelgroepen aantrekken. Hoewel de verschillende media-uitingen hetzelfde verhaal vertellen, wordt het verhaal aangepast aan de bepaalde media-uiting waarover het verspreid wordt. Omdat deze media niet van elkaar afhankelijk zijn, is het voor de gebruiker niet noodzakelijk om alle media-uitingen tot zich te nemen om het verhaal te kunnen begrijpen. Branding is hier een voorbeeld van. Waarbij een merk los kan staan van een specifieke contentuiting en dan nog steeds herkenbaar is door een bepaald gevoel of waarde. Dit zie je bijvoorbeeld bij Harry Potter. Naast de boeken zijn er nog verschillende uitingen zoals de verfilmingen van de boeken, websites, games en vele vormen van merchandise. 

Naar aanleiding van dit onderzoek is het duidelijk geworden dat de drie content relaties daadwerkelijk iets met drie verschillende conceptvormen te maken hebben. Maar is het zo dat deze samenwerken of zijn de content relaties slechts een andere verwoording van de conceptvormen?

Bronnen:

Bron 1

http://com2a.blogspot.nl/2010/10/hoofdstuk-3.html

Bron 2

http://nl.wikipedia.org/wiki/Crossmedia

Bron 3

Basisboek crossmedia concepting

User interaction en crossmedia: een multimediale oplossing?

Crossmediale concepten zijn gebaseerd op user interaction. Daarmee wordt bedoelt dat je als gebruiker sterk wordt betrokken bij de desbetreffende boodschap die het concept probeert over te dragen. Maar zijn al deze crossmediale concepten hierin sterker dan multimediale- en transmediale concepten?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het nodig om verschillende concepten van de verschillende vormen naast elkaar te leggen.

Een voorbeeld van een multimediaal concept is een concert. Voor dit voorbeeld heb ik het concert van Muse in de Ahoy Rotterdam genomen. Naast het concert was er ook een gehele merchandise stand aanwezig. Hoewel de merchandise artikelen wel een connectie hebben met Muse wordt er niet actief gerefereerd naar het concert vanaf de merchandise en visa versa. Daardoor loopt de merchandise veel klanten mis omdat bezoekers oorspronkelijk voor het concert komen. Als de merchandise wel actief had gerefereerd met het concert door middel van een crossmediaal concept had het hoogstwaarschijnlijk meer klanten opgeleverd doordat de klanten actiever betrokken worden.

Een transmediaal voorbeeld is een verfilming van een boek. In dit geval kijken we naar het dagboek van Anne Frank. Niet alleen is dit dagboek uitgebracht als een literair boek, ook zijn er verschillende verfilmingen van gemaakt. Door het medium te verplaatsen wordt de beleving verrijkt maar toch werken de platformen niet samen waardoor er geen user interaction plaatsvindt tussen de platformen. Wanneer de gebruiker de verfilming al gezien heeft, wordt het andere medium overbodig. De film is toegankelijker dan het boek vanwege onder andere het feit dat het verhaal een kortere tijdsspan heeft en is daardoor toegankelijker voor algemeen publiek.

Om nu over te gaan op een sterk crossmediaal concept, namelijk dat van The Voice of Holland. Door middel van het gebruik van verschillende platformen die niet zonder elkaar kunnen wordt de user interaction versterkt. Naast het programma dat je op televisie ziet kun je stemmen via je mobiele telefoon. Ook is de kijker interactief bezig wanneer hij zelf voor coach kan spelen door middel van de app voor je mobiele telefoon. Ook kun je na de show verschillende filmpjes terug zien op de website en kun je daar meer achtergrond informatie vinden over de deelnemers. Voornamelijk de mogelijkheid tot stemmen houdt het programma in de lucht en zorgt voor meer kijkcijfers. Wanneer dit platform weggelaten zou worden zou het hele crossmediale concept niet meer werken. Daarom is dit een goed voorbeeld van een concept waarbij de platformen elkaar niet alleen geheel versterken maar ook niet zonder elkaar kunnen.

Zijn crossmediale concepten sterker in user interaction dan multimediale- of transmediale concepten? Naar aanleiding van de voorbeelden van de concepten die net gegeven zijn kun je opmaken dat crossmediale concepten inderdaad sterker in user interaction zijn doordat de gebruiker in dit concept het meest wordt betrokken. Multimediaal zou actiever kunnen werken wanneer de twee platformen meer met elkaar zouden samenwerken, maar een transmediaal concept blijft eenrichtingsverkeer. Maar geldt dit ook voor alle concepten van de verschillende vormen?

Bronnen:
1. Muse, Ahoy Rotterdam 2009
http://www.nu.nl/concertrecensies/2123323/ahoy-zit-muse-als-gegoten.html

2. Annne Frank
http://nl.wikipedia.org/wiki/Anne_Frank

3. The Voice of Holland
http://www.thevoiceofholland.com/shows/thevoiceofholland/#!/home